Samenvatting
Christian Tschida uit Illmitz aan het Neusiedlermeer is een van de namen die de internationale wijnwereld op de Oostenrijkse natuurwijn hebben gewezen. Op ongeveer 14 hectare oude stokken, verdeeld over de eigen Seewinkel en percelen op de Leithaberg bij Purbach, ontstaan wijnen die consequent zonder toegevoegde zwavel, zonder klaring en zonder filtratie worden gemaakt. Wat eruit komt is niet het rustieke cliché dat velen bij natuurwijn verwachten, maar een heel precieze, koele en vaak verrassend ingetogen stijl. Cuvées als “Himmel auf Erden” of “Kapitel I” horen inmiddels bij de meest gezochte flessen van de scene.
Geschiedenis
Illmitz ligt in de Seewinkel, die vlakke, zonovergoten vlakte ten oosten van het Neusiedlermeer die vooral beroemd werd om haar edelzoete wijnen. Daar komt de familie Tschida vandaan: wijnbouw is hier al generaties lang dagelijkse kost. Christian Tschida nam het ouderlijke bedrijf in 2003 over en zette het in de jaren daarna stap voor stap op zijn kop.
De eerste breuk zat in de wijngaard: in plaats van conventionele bewerking koos Tschida voor biologisch en biodynamisch geïnspireerd werk, liet hij synthetische middelen los en beperkte hij de gewasbescherming tot een handvol hulpmiddelen als zwavel, koper, compost en baksoda. De tweede breuk zat in de kelder: de ingrepen werden steeds verder teruggeschroefd, tot vanaf de oogst van 2013 helemaal geen zwavel meer werd toegevoegd, in geen enkele fase van de vinificatie.
Tegelijk breidde Tschida zijn areaal uit tot buiten de Seewinkel. In de afgelopen twee decennia kwam er wijngaard bij op de Leithaberg bij Purbach aan de overkant van het meer, onder meer in de Ried Edelberg. Zo beschikt het bedrijf over twee compleet verschillende terroirs: een bewuste keuze, geen toeval.
Ligging en terroir
De wijngaarden in Illmitz liggen op vlak terrein dicht bij het meer, op zandige en grindige bodems. Het Neusiedlermeer werkt hier als een enorme warmtebuffer: het dempt temperatuurschommelingen, zorgt voor lange, milde herfsten en voor de vochtigheid die zo typisch is voor de Seewinkel. Het resultaat zijn druiven met een zeer rijpe, maar zelden overrijpe aromatiek.
Heel anders zijn de percelen op de Leithaberg bij Purbach aan de westoever. Hier loopt het terrein op tot zo'n 300 meter hoogte en verandert de ondergrond over korte afstand: in de hogere delen bij het bos overheerst leisteen, lager op de helling neemt kalk het over. Dat levert een duidelijk koeler microklimaat op, een latere rijping en wijnen met een strak zuurgeraamte en een heldere minerale rand. Sommige percelen zijn beplant met een zeer hoge stokdichtheid tot ongeveer 9.000 stokken per hectare, een inspanning die handwerk afdwingt.
Die tweedeling is de sleutel tot de stijl van het huis: warmte en rijpheid van het meer, koelte en structuur van de berg. Een deel van de oude aanplant staat bovendien als gemengde zetting, met een hele reeks verschillende rassen in één perceel.
Stijl en filosofie
Tschida's kelderaanpak past in één zin: zo weinig mogelijk doen. De druiven worden heel zacht en met een lage sapopbrengst geperst, de gisting begint spontaan met de gisten uit de wijngaard, vaak in open kuipen. De rijping gebeurt op grote, neutrale houten vaten, in sommige gevallen jarenlang. Er wordt niet geklaard en niet gefilterd, en sinds 2013 evenmin gezwaveld.
Wat daaruit voortkomt verschilt duidelijk van wat velen met natuurwijn associëren. De wijnen zijn niet luid, maar eerder koel, helder en op drinkbaarheid gericht, vaak met gematigde alcohol en een herkenbare handtekening over alle rassen heen. Tschida zelf houdt niet zo van de term “natuurwijn” en beschrijft zijn taak liever als die van een tuner dan van een wijnmaker: hij wil bijstellen, niet vormgeven.
Ook de vormgeving valt op. De etiketten zijn grafisch eigenzinnig, vaak uitgesproken en mijlenver van de Oostenrijkse wijngoedconventie. Lange tijd werd een aanzienlijk deel van de productie op magnum gebotteld, een formaat dat de rijping ten goede komt en in de horeca opvalt.
Bekende wijngaarden en wijnen
Het assortiment is bewust niet netjes geordend: in plaats van een klassieke piramide zijn er cuvées met een eigen naam, die per jaargang kunnen verschillen in samenstelling en beschikbaarheid. Tot de bekendste wijnen horen:
- “Himmel auf Erden” – een rosé op basis van blaufränkisch, voor velen de ingang tot de stijl van het huis
- “Non Tradition” – een grüner veltliner die bewust breekt met het gangbare rasbeeld
- “Laissez-Faire” – een riesling waarvan de naam alles zegt
- “Kapitel I” – een pure cabernet franc uit percelen dicht bij het meer bij Illmitz
- “Felsen I” en “Felsen II” en daarnaast “TNT” – blaufränkisch uit de koelere percelen
- “Birdscape Pink”, “Hokus Pokus”, “AEIOU”, “Stockkultur” en “Balsamia” – verdere cuvées van het huis
Wil je de stijl leren kennen, dan is de rosé “Himmel auf Erden” het meest toegankelijke startpunt; wil je het serieuzer, grijp dan naar de cabernet franc of naar de blaufränkisch-bottelingen van de Leithaberg.
Onderscheidingen
Klassieke medaillewedstrijden zijn niet het podium van dit huis: de erkenning kwam via de sommelierscene. De wijnen van Tschida gelden als een van de redenen waarom Oostenrijkse natuurwijn vanzelfsprekend is geworden op alternatieve en ambitieuze wijnkaarten van New York tot Tokio. Binnen de internationale natuurwijnwereld is zijn naam een van de weinige die ook door sceptici van het genre serieus worden genomen.
Ook de Oostenrijkse vakpers is bijgetrokken: het tijdschrift Falstaff riep Christian Tschida uit tot wijnboer van het jaar 2026, een opmerkelijke wending voor een bedrijf dat jarenlang buiten het gevestigde beoordelingssysteem stond. Daar komt de eenvoudigste vorm van erkenning bij: veel bottelingen worden in kleine hoeveelheden gemaakt en zijn snel uitverkocht.
